Ga naar content
Menu

Samen werken aan een nieuwe circulaire grondstoffenketen

Gemeenten willen en moeten toe naar minder dan 100 kilo restafval per inwoner per jaar. Wat daarvoor nodig is, is goede scheiding van herbruikbare grondstoffen. Harde kunststoffen is één van die afvalstromen die ROVA op haar milieustraten apart houdt. Waarbij het Van Werven helpt om de circulaire keten van aanvoer, recycling én nieuwe toepassing van kunststoffen vorm te geven.

 logo
rova 2.jpg

ROVA werkt voor 23 gemeenten in Nederland, een werkgebied van ongeveer 900.000 inwoners. Bij oprichting had het vooral de opdracht de gemeentelijke afvalverwijdering efficiënt te beheren, inmiddels heeft het bedrijf zich ontfermd over ambitieuze doelen gericht op circulariteit met betrekking tot grondstoffen.

Van schone straten naar duurzaam grondstoffengebruik

Van oudsher ging de gemeentelijke afvalinzameling vooral over volksgezondheid en milieuhygiëne, zegt Coert Peters, manager bestuurlijke en juridische zaken van ROVA. “Dit resulteerde in een zorgplicht voor de publieke leefomgeving (schone en veilige leefomgeving, goede riolering, goed afvalbeheer). Vandaag de dag liggen de uitdagingen vooral op gebied van klimaat en een zorgvuldige omgang met natuurlijke grondstoffen”.

Het doel volgens het Rijksprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) is maximaal 100 kilogram restafval per inwoner per jaar. “Dat hebben we in de meeste gemeenten al gehaald. Ons doel is dat we naar 30 kilogram willen en liever nog naar nul.”

De gemeenten beoordelen de prestaties van ROVA langs drie lijnen:

  1. Service aan bewoners, geen afval dat in de straten blijft staan.
  2. Het gezamenlijk uitvoeren - zoals ROVA dat doet voor gemeenten - moet een kostenvoordeel opleveren.
  3. Het gezamenlijk uitvoeren - zoals ROVA dat doet voor gemeenten - moet een kostenvoordeel opleveren.

“Maak producten, zeggen wij tegen de industrie, die later ook weer de cirkel in kunnen.”

Coert Peters, manager bestuurlijke en juridische zaken van ROVA

Grote successen in gescheiden inzameling

Het nutsbedrijf is voortvarend in het realiseren van die ambitie. ROVA introduceerde DIFTAR, gedifferentieerde afvaltarieven per huishouden, waarmee de hoeveelheid restafval met 25% daalde. In 2009 bedachten ze het omgekeerde inzamelen, wat betekent dat gescheiden stromen zo veel mogelijk aan huis worden opgehaald, terwijl restafval weggebracht moet worden naar een verzamelsysteem elders in de wijk. Al in 2014 haalden de ROVA-gemeenten hiermee de doelstellingen van 2020 (VANG), hergebruik van 75% van het afval.

“Aan de inzamelkant zijn grote successen geboekt”, zegt algemeen directeur Victor van Dijk. Zo worden stromen als gft-afval, oud papier, glas en verpakkingen niet alleen gescheiden ingezameld, maar ook goed verwaard tot nieuwe grondstoffen door marktpartijen. “De nieuwe uitdaging is om dat met nog meer afvalstromen te realiseren. Daarvoor is het nodig dat een hele keten op gang komt.”

De hele keten, van afval naar grondstof

Zo’n keten ziet er ongeveer als volgt uit. Eerst moet afval apart worden ingezameld, maar daartoe is wel afzet nodig. Afzet aan een marktpartij die een stroom zodanig weet te recyclen, dat het weer hoogwaardig toegepast kan worden. En uiteindelijk is afzetmarkt nodig; productiebedrijven die (ook) werken met recyclaat in plaats van virgin grondstoffen.

“En daar is Van Werven een mooi voorbeeld van. Ze hebben het door de jaren heen voor elkaar gekregen om uit de diverse stromen harde kunststoffen goede herbruikbare grondstoffen te maken en ze wisten een markt te creëren voor gerecyclede harde kunststoffen. Anderzijds hebben ze aan de voorkant gezorgd voor steeds meer gescheiden inzameling bij milieustations zoals die van ons.”

Ook ROVA zamelt op verschillende milieustations harde plastics apart in, zoals speelgoed, tuinmeubels en kratjes. “De ruimte op onze stations is maar beperkt. Naast gebruikelijke stromen uit het grof huishoudelijk afval (hout, puin, papier, glas en dergelijke) en stromen waar je absoluut iets mee moet, zoals asbest, komen er steeds meer stromen bij, zoals matrassen en EPS. Iedere extra container waar een stroom wordt apart gehouden, moet zich als het ware bewijzen. Bij harde kunststoffen lukt dat inmiddels steeds vaker. Het moet waardevol genoeg zijn om de milieustraat de inspanning te leveren deze materiaalstroom apart in te zamelen.”

Geen oplossing voor luiers, wel voor harde kunststoffen

De verwaarding staat op vele vlakken nog in de kinderschoenen, zegt Van Dijk. “Dat geldt nog heel erg voor plastic folieverpakkingen, waar het lastig blijkt om deze op een goed niveau te recyclen. Maar ook bij textiel, dat we al heel lang apart inzamelen, is nog een wereld te winnen. Er is tevens nog altijd geen goede oplossing voor luiers.”

Er moet over het algemeen nog veel innovatie plaatsvinden in de recyclingindustrie. Van Dijk: “Daar waar de markt er nog niet is, loop je tegen veel barrières op. Dan moet je niet na drie tegenslagen zeggen ‘ok, de markt is er niet, we stoppen’. Die waardering is er vanuit ons heel erg voor Van Werven. Er is doorzettingsvermogen nodig en een lange-termijn-visie om zo’n hele keten van harde plastics van de grond te krijgen en dat is ze gelukt. Veel bedrijven die investeren in innovaties en nieuwe ketens in recycling stoppen voortijdig.”

baby-met-berg-vieze-luiers-klein.jpg

Den Haag

Niet dat Van Werven dit alleen kan, want de samenwerking is van wederzijds belang. Beide partijen laten ook hetzelfde geluid horen in Den Haag en Brussel. “Maak producten, zeggen wij tegen de industrie, die later ook weer de cirkel in kunnen.” Daarnaast pleiten beide bedrijven voor regelgeving of stimuleringsmaatregelen voor het toepassen van recyclaat in nieuwe kunststofproducten.

Terug naar overzicht